Een tijdje geleden alweer heb ik het boek van Dick Swaab over het brein gelezen. Nu, een paar maanden later, merk ik, dat ik er twee zaken van onthouden heb. Een positief en een negatief. Laat ik met de negatieve beginnen, want dan ben ik ermee klaar.
Wat kan er veel fout gaan in je hersenen. Ik heb daardoor echt moeite gehad het boek uit te lezen. Kennis opbouwen door te weten hoe iets fout gaat. De lijst met zaken die fout kunnen gaan is eindeloos. Wat hij liet zien, is enkel nog maar het tipje van de ijsberg. Ongelooflijk.
Ik heb getracht Jean-François Lyotard (kwam met de term postmodern) te lezen, maar heb de poging op moeten geven. Te vaak vind ik zijn stellingen botweg niet kloppen. Het kan zijn, dat ik hem niet begrijp en dat ik niet in staat ben te lezen wat er staat. Dat gebruikte termen iets heel anders kunnen betekenen en dat ik dieper in de filosofie moet zitten om te kunnen lezen wat er daadwerkelijk staat. Op zich een valide argument van expertise. Als ik naar een röntgenfoto kijk, weet ik dat ik deze niet zo goed kan interpreteren als een expert op dat vakgebied.
Nicholas Carr, Waar een wil is, is een redenatie
Het boek van Nicholas Carr over wat het internet doet met onze hersenen 'Het ondiepe' was een bestseller toen het uitkwam. Begrijpelijk, want het handelt over iets, dat een steeds groter deel van ons leven uitmaakt. Het is voor mensen al een basisbehoefte. Tijd voor een evaluatie.
Momenteel ben ik Sense and Sensibilia van J.L. Austin aan het lezen. Hij is een van de grote taalfilosofen van de vorige eeuw. In hoofdstuk zeven schreef hij over de vier wijzen van het woord 'real', dat ik hier verder zal vertalen als echt. Al tijdens het lezen dacht ik onwillekeurig aan de vier tegenstellingen, die ik in een eerder schrijven benoemd had en heb getoetst of zij met elkaar overeen kwamen. Tot mijn verrassing zeer goed.
Dit zijn de 4 wijzen waarop Austin het woordje echt ging duiden:
I used the English version of An enquiry concerning human understanding. When I make any citation I will refer to the number provided by Hume and not the page on which it is written. It is one blog about one book and therefore very long, but I decided to keep into one blog because it is one book too. The ratio is still below 1:10, even with a lot of comments.
In hoofdstuk 11 wordt de eeuwigheid van God voor het licht gehouden, in hoofdstuk 12 wordt Jezus Christus, zijnde het begin, in het licht gezet en in dit hoofdstuk laat Augustinus zijn licht schijnen over het derde deel van de Heilige Drie-eenheid, zijnde de Heilige Geest. (Daarom valt er ook wel wat te zeggen voor de stelling dat het tiende hoofdstuk er later aan is toegevoegd en er oorspronkelijk niet bij hoorde.) In Genesis wordt de Heilige Geest bekend gemaakt door te beschrijven hoe Hij zweeft boven de wateren, wat uitgelegd kan worden als de boven alles verheven weg van de liefde.
Reeds in hoofdstuk 11 wordt al geduid dat Jezus symbool staat voor het Woord en daarmee het begin, getuige 'onze Heer Jesus Christus, uw Zoon, de Man aan uw rechterhand, de Mensenzoon, die gij u hebt aangesteld als middelaar tussen u en ons, door wie gij ons gezocht hebt, ook al zochten wij u niet, door wie gij ons echter gezocht hebt om ons naar u te laten zoeken, uw Woord, waardoor gij alles hebt gemaakt..., blz. 347, en daarmee alle wijsheid 'bij Hem (hier wordt Jezus bedoeld), in wie al de schatten van de wijsheid en het weten verborgen zijn.
In dit hoofdstuk bespreekt Augustinus het raadsel van de tijd. Nadat hij tijd gefileerd heeft van elke omvang wordt het raadsel alleen maar groter. Het belang van het nadenken over deze vraag komt uit de verwondering hoe God ooit de hemel en aarde heeft kunnen ontwerpen en tegelijkertijd eeuwig en onveranderlijk schijnt te zijn. Want als er ooit een tijd heeft bestaan dat er geen hemel en aarde is geweest en God deze vervolgens (op zeker tijdstip) geschapen heeft, dan is de wil en de kennis van God in de tijd veranderd en is God derhalve niet eeuwig en onveranderlijk.
Dit is het eerste van vier hoofdstukken waarin Augustinus de inhoud van zijn geloof openbaart. 'Ik zal mijzelf dus mededelen aan die soort mensen, aan wie gij mij beveelt dienstbaar te zijn, en ik zal nu geen mededelingen doen over de mens die ik geweest ben, maar over degenen die ik al ben en nog ben, zonder dat ik echter oordeel over mijzelf. Moge ik dan aldus gehoor vinden.', blz. 289. Het laatste is hem al 1500 jaren gelukt.
In deze vier hoofdstukken beantwoordt hij op vier wezenlijke thema's een kernvraag:
De thema's en kernvragen zijn:
Bekering kent twee fases. Ten eerste de overgave aan het geloof, het volmondig ja-zeggen en ten tweede het onthullen van de inhoud van het geloof aan de nieuw-gelovige. Het doet mij denken aan een relatie. Eerst is er het enthousiasme, daarna de onthulling van de realiteit. En als de relatie zich doorzet, dan is het anders dan in het begin, maar is het je ook veel liever.